|
Biografie Ernesto, Marcellino en
Wilfried Finkers
Het hele leven is een kwestie van
geven en genomen worden
Ernest Beuving
Ernest Beuving werd in Enschede
geboren aan de Buizerdstraat op 20 mei 1961 (kadotip: geld).
Hij moest als zesjarig jochie op
judo samen met zijn anderhalf jaar oudere broer. Daarbij moesten ze door een Enschedese achterbuurt om er te komen. Dat was een ware overlevingstocht. Daar leerde hij het echte leven
al iets te vroeg kennen. Zijn broer leerde daar vechten en Ernest leerde daar hardlopen.
Desondanks moest jaren later niet
zijn broer maar uitgerekend Ernest in militaire dienst.
Hij heeft het twee en een halve
week volgehouden bij de pantserinfanterie in Oirschot bij het bataljon De Limburgse Jagers. Oirschot ligt weliswaar in Brabant maar in het leger nemen ze het niet zo nauw met de
grenzen.
Via vervangende dienst kwam hij
vanuit het leger in Psychiatrisch Ziekenhuis Wolfheze terecht. Van het ene gekkenhuis naar het andere. Hij kwam daar vooral zichzelf tegen waardoor hij aan de patiënten niet meer
toekwam.
Na de psychiatrie werd hij
barkeeper op de Korenmarkt in Arnhem. Dit was eigenlijk geen grote verandering. Nu deelde hij drank uit aan hulpbehoevende types in plaats van medicijnen. Hij heeft daar cabaretavonden
georganiseerd om een avondje niet te hoeven luisteren naar de vaste klanten aan de bar. Zijn manier van omgaan met mensen kristalliseerde op de Korenmarkt uit tot zijn volgende
lijfspreuk: “Ik neem iedereen gewoon zoals ik ben.”
Hij besloot om op zijn 27ste
levensjaar nog biologie te gaan studeren omdat hij na zijn militaire dienst toch ook wel eens een struikje wilde onderzoeken wat geen gecamoufleerde soldaat bleek te zijn. Hij volgde
deze zware studie op de Katholieke Universiteit in Nijmegen. Zelf zegt hij over zijn studietijd: “ Nou nou, dat was me het dagje wel!”
Op theatergebied is Ernest
autodidact, oftewel; er is niemand bereid gevonden om hem les te geven.
Ernest woont nu in Exel en
daarvoor in Zutphen en daarvoor in Arnhem en daarvoor in Wolfheze en daarvoor in Zwolle en daarvoor in Dalfsen en daarvoor in Zwolle en daarvoor in Enschede en daarvoor in een ander
huis in Enschede en daarvoor in de baarmoeder en daarvoor voor de helft bij zijn vader en voor de helft bij zijn moeder.
Hobbies: Ja.
Verder een doodgoeie jongen, al
zegt hij het zelf.
Marcellino Bogers
Marcellino, Michel, Arthur,
Patrick Bogers werd geboren op 24 september 1957 in Maartensdijk onder de rook van Utrecht.
Verder woonde hij in Grave,
Herpen, Arnhem, Reek, Nijmegen, Elst. Op zesjarige leeftijd zong Marcellino op het podium voor een volle zaal, tijdens een sinterklaasviering. In afwachting van Sinterklaas zong hij
het enige liedje dat hij kende: 'Oh was ik maar bij moeder thuis gebleven' van Johnnie Hoes. Toen wist hij dat hij eigenlijk niets anders wilde. Zijn doorbraak op het podium kwam op
elfjarige leeftijd. Marcellino speelde in een kerstspel de herbergier die geen plaats had voor Jozef en Maria. Zijn spel als norse herbergier was overtuigend, helemaal in zijn rol
gooide hij boos de deur van de herberg dicht, waarna het hele decor omviel. Het spel moest stilgelegd worden vanwege de chaos en omdat Jozef in zijn broek geplast had.
|
|
|
|
|
|
|
|
Marcellino kwam in de psychiatrie
Ernest tegen, deze bleek ook als psychiatrisch verpleegkundige werkzaam te zijn. Ze kwamen erachter dat ze jongens van de straat waren, Ernest straatmuzikant, Marcellino deed
straattheater. Beiden waren gewend aan doorlopende belangstelling. Ernest presenteerde in een café in Nijmegen cabaretavonden, ze besloten die samen te presenteren. Dit leidde tot
avondvullende aankondigingen, en toen de artiesten hun toch te veel in de weg stonden besloten ze zich in te schrijven voor het cabaretfestival 'Cameretten'. Ze wonnen in 1993 het
Camerettenfestival (jury en publieksprijs) en gingen dus van de straat via het café de schouwburg in. Marcellino maakte deel uit van de smartlappengroep de Sweet Smarties, waarin zijn
zangkwaliteiten veel indruk maakte.
Wilfried Finkers
Wilfried Finkers werd geboren op
18 mei 1957 te Almelo.
Vader Finkers bouwde een
meubelzaak op en het hele gezin hielp mee: de kinderen hielpen op zaterdag meubels bezorgen en ook mevrouw Finkers fungeerde wel eens als draagmoeder. Tussendoor werden 5 kinderen
opgevoed, waarvan Wilfried de tweede was.
Wilfried was een standaard jaren
70-puber: liberté, egalité, acné. Het liefst legde hij wilde tuinen aan en kweekte hij vogeltjes en cactussen en vanwege deze interesse ging hij biologie studeren.
Tijdens zijn biologiestudie
richtte Wilfried de vereniging ‘Op Zwart Zangzaad’ op, waarvan hij zelf voorzitter werd. Wilfried liet er regelmatig een grapje. De vereniging ontwikkelde het doel om zichzelf te
bejubelen middels vrolijke teksten en feestelijke optredens.
De vereniging bekeek alles
positief, dus als voor een feestje noch een uitnodiging, noch een afwijzing was ontvangen, gaf zij zichzelf het voordeel van de twijfel en verscheen zij tussen de schuifdeuren.
Broer Herman werd bewonderend
orgaan van de vereniging en dat deed hij met zoveel passie en daadkracht dat dit leidde tot Herman’s eerste show ‘Op Zwart Zangzaad’(1979). Voorheen waren optredens alleen in de
eigen streek te horen, of de geluidsman moest de versterker wel heel erg hard hebben aanstaan.
In zijn studietijd heeft Wilfried
verder nog op een studentenkoor gezeten, maar na een jaar besloot het studentenkoor zich af te splitsen. Zijn solocarrière heeft Wilfried in huiselijke kring voortgezet en ondanks
zijn volstrekte onbekendheid is Wilfried destijds gewoon zichzelf gebleven.
Wilfried heeft nooit gerookt en
gesport. Doordat hij niet rookt leeft hij langer en doordat hij niet sport houdt hij nog meer tijd over.
Wilfried heeft zijn
biologiestudie afgemaakt, maar nadat hij tijdens een vogelexcursie bij het kievitseieren zoeken uit de boom was gevallen, twijfelde Wilfried of bioloog wel zijn levenstaak was. De taak
die hem wachtte was de dienstplicht. Hij heeft vervangende dienstplicht gedaan als groepsleider met geestelijk gehandicapten en dit bleef hij na zijn dienstplicht nog anderhalf jaar
doen. Daarna (1987) wist hij genoeg van het leven om zijn broer te kunnen
assisteren als tekstschrijver,
belichter en levend decor. Al spoedig bleek een podium zonder Wilfried een podium met één plank te weinig.
In 2000 stopte broer Herman met
het geven van optredens. Bovendien werd duidelijk dat Herman en Wilfried niet meer op één lijn zaten. Wilfried werkte vanaf toen bij het Rabotheater
te Hengelo, waar hij nu nog 8 uur per week werkt. Het bloed stroomt waar het niet gaan kan en in januari 2002 zag Wilfried in theatercafé ‘De Kleine Kunst’ te Hengelo opnieuw het
licht bij een optreden van Ernesto en Marcellino. Oude gevoelens herleefden en onder het motto ‘drie keer niks is niks teveel’ werd besloten om het duo uit te breiden met Wilfried
in de voor hem bekende rol als medetekstschrijver en
belichter en hoewel op het podium aanvankelijk wederom op de achtergrond, is hij nu al zover dat hij praat op het toneel.
Wilfried heeft in zijn vrije tijd
twee kinderen verwekt; verder heeft hij nooit meer iets
met zijn biologiestudie gedaan.
|